Btw-heffing op IZA-transformatiemiddelen niet in alle gevallen aan de orde: IZA-regio Midden-Holland niet btw-plichtig

21 apr 2026

De Belastingdienst heeft in een recente standpuntbepaling geoordeeld dat de IZA-regio Midden-Holland, Vereniging Gezondheidsregio Midden-Holland (VGMH), niet btw-plichtig is voor de ontvangen en verdeelde transformatiemiddelen.

De belangrijkste details:

  • Dankzij dit besluit blijft het volledige budget in regio Midden-Holland beschikbaar, en kan het direct worden ingezet voor transformatie van de sector.
  • De uitspraak is gebaseerd op de unieke structuur van de regio Midden-Holland.
  • In regio Midden-Holland lopen er geen SPUK-transformatiemiddelen via de vereniging. Schrijft Aiko de Raaf, Landelijk Kwartiermaker IZA in de regio VWS. Lees hier het bericht van Aiko de Raaf op LinkedIn.

Hoewel dit een gunstige uitkomst is, is het per regio van belang om kritisch te (laten) toetsen of de eigen inrichting overeenkomt met deze situatie.

Wat staat er in de standpuntbepaling van de Belastingdienst?

In de standpuntbepaling concludeert de Belastingdienst dat binnen de beschreven constructie geen sprake is van belaste prestaties voor de omzetbelasting. Dit geldt voor meerdere schakels in de geldstroom:

  • De overdracht van transformatiemiddelen van zorgverzekeraars aan de aanvragers is geen belaste prestatie.
  • De overdracht van deze middelen van de drie zorgaanbieder-aanvragers aan de Vereniging Gezondheidsregio Midden-Holland (VGMH) is geen belaste prestatie.
  • Ook de uitvoering van deelopdrachten binnen het transformatieplan en de daaraan verbonden overdracht van middelen van VGMH aan deelnemers is geen belaste prestatie.
  • De coördinerende rol van VGMH is noodzakelijk voor de uitvoering van het transformatieplan; volgens de Belastingdienst handelt VGMH daarbij in het algemene belang, zonder identificeerbare afnemer, en verricht zij binnen het transformatieplan geen belaste prestaties.

Wat zegt deze casus voor andere regio’s dan Midden-Holland?

Uit de standpuntbepaling blijkt dat de beoordeling van de btw-positie is gebaseerd op de specifieke feiten en omstandigheden van regio Midden-Holland. De Belastingdienst geeft daarbij aan dat een andere beoordeling mogelijk is als deze feiten en omstandigheden anders zijn.

Voor andere regio’s betekent dit dat:

  • de btw-positie niet automatisch vergelijkbaar is met die van Midden-Holland;
  • verschillen in inrichting, governance en geldstromen van invloed kunnen zijn op de beoordeling;
  • per regio beoordeeld moet worden hoe de geldstromen en samenwerking zijn georganiseerd.

Wat vraagt dit van een regio?

De standpuntbepaling maakt duidelijk dat de btw-beoordeling afhankelijk is van de specifieke inrichting van een regio en de daarbij horende feiten en omstandigheden.

Per regio betekent dit dat inzicht nodig is in:

  • de organisatie van geldstromen;
  • de rol van de regionale organisatie binnen de samenwerking;
  • de aard van de activiteiten en of sprake is van een identificeerbare afnemer;
  • de inrichting van publieke middelen binnen de regionale samenwerking.

Op basis van deze aspecten kan per regio worden beoordeeld hoe de btw-positie uitpakt.

Rol van WZW

Vanuit WZW volgen wij deze ontwikkeling op de voet en we houden onze leden actief op de hoogte van relevante duiding en nieuwe inzichten. Zo kunnen zij zich met de juiste informatie inzetten om middelen maximaal beschikbaar te houden voor waar ze voor bedoeld zijn: de transformatie van Zorg en Welzijn.

Meer informatie over de arbeidsmarkt van Zorg en Welzijn?

Houd jij je binnen jouw functie bij een zorg- of welzijnsorganisatie bezig met de situatie op de arbeidsmarkt en wil je meer informatie over de mogelijkheden? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Ja, ik wil contact met WZW